Vanaf Mommy’s guesthouse werden we met een tuktuk naar een groter hotel gebracht, vanwaar de bus zou vertrekken richting Sisophon, onze bestemming. Eenmaal in de bus voelde het alsof we in NL waren: alleen maar witten om ons heen! De bus stopte nergens om mensen, balen rijst of brommers in/uit te laden – en ook niet om ons in Sisophon af te zetten. ?! Foute boel, ik naar voren om de chauffeur en z’n bijrijder te zeggen dat we een ticket naar Sisophon hebben gekocht, en dat we er dus ook graag daar uit willen. De beide heren deden net of ze het allemaal niet begrepen en reden stug door. Bleek dat we in de bus naar Thailand zaten, en pas op een of ander afgrijselijk transfer-punt was er iemand van de organisatie aanspreekbaar. De eerste aangedragen oplossing was dat we mee zouden gaan tot aan de grens, en daar een taxi terug zouden nemen. Op eigen kosten, haha, grappenmaker. Wij dus even mannetje boos, vrouwtje bezorgd-act opgevoerd, met als gevolg dat de mevrouw van de organisatie de meneer van de organisatie sommeerde ons met een prive-busje weg te brengen, tot we tot onze verrassing als echte locals in the middle of nowhere werden overgeladen in een airco bus vol Fransen. De bus maakte zodra wij ingeladen waren rechtsomkeert, dus is ons waarschijnlijk speciaal tegemoet komen rijden.
In Sisophon meteen doorgelopen naar het Golden Crown Guesthouse, een weinig tot de verbeelding sprekend hotel. Voor 2 dagen een brommer geregeld zodat we de volgende dag naar Banteay Chhmar kunnen en daar bij een homestay project kunnen overnachten.
Maar eerst hebben we nog een middag stuk te slaan in Sisophon. Na het toeristen-geweld in Siem Reap, en de overdaad aan tempels in Angkor, dachten we dat een beetje rust en natuur ons wel goed zou doen. Wij regelen een dappere brommerrijder bij wie we met z’n tweeën achterop mogen, en gaan naar de Koh Pong Sat community, waar monniken een fish sanctuary onderhouden. In de woorden van de Lonely Planet “fat, frisky fish”. De moto driver heeft het er maar moeilijk mee, en op een hel-blauw geschilderde hangbug met platen van staal als bodem, kreeg ‘ie het zelfs even te kwaad omdat de brug begon te golven.
Gelukkig maakte de vissen het ook voor hem een beetje goed: fat and frisky they were – en hongerig bovendien! Op een gegeven moment kwam onze moto driver heel blij met een hele pistolet, gooit die met een ferme zwaai in de rivier (hopende op een gevecht of op z’n minst veel geklap met staarten) maar wat denk je? Hap slik weg. Zo naar beneden getrokken en weg is de pistolet. Wij lachen.
‘s avonds even moeten zoeken naar een leuk eet-tentje, om vervolgens ergens verzeild te raken waar geen rijst bij het eten werd gepresenteerd. Aangezien wij ons inmiddels geen eten zonder rijst voor kunnen stellen
is de beste man op z’n brommertje elders een pan rijst voor ons gaan halen. Op tijd naar bed, morgen 61 km via National Highway 69 naar Banteay Chhmar.





Babbling feebly