Our language

4 03 2021

Na de rampdag van vandaag (het dodental zondag was 18, vandaag 52) kom ik thuis en vind ik mijn emmertjes en handdoeken die ik op straat had achtergaten voor de traangas – slachtoffers netjes voor mijn deur.

Dit is Myanmar. Dit is het land dat beter verdient.





Niet normaal

3 03 2021

Je bent op weg naar iets, iets volstrekts onschuldigs, laten we zeggen de fysiotherapeut, en dan zie je demonstranten. Het is een kleurige bedoening, en na even kijken heb je door dat het de verschillende etnische groepen van Myanmar zijn die demonstreren tegen de militaire coup van 1 februari jongstleden. Ze dragen hun eigen kleding en vlaggen en worden door de organisatie één voor één gevraagd zich bij de groep te voegen. Niet normaal want de verschillende groepen hebben traditiegetrouw een gespannen relatie met elkaar. Dan klinkt er ineens geschreeuw en beginnen de mensen achteraan de optocht te rennen. Daarna komt de politie, volledig opgetuigd en met geheven geweren achter de mensen aangerend. Dat lijkt me normaal niet bij de politie-opleiding horen, dat je ongewapende burgers aanvalt, laat staan in de rug. Dat je dan als sociaal wetenschapper gehurkt achter een pilaar in de lobby van een hotel als één of andere oorlogsverslaggever opnames maakt van de demonstranten van links, en de politie van rechts, die op nog geen 2 meter voor het raam langstrekken, is ook niet normaal. Zeker niet op zaterdag de 27e, toen in Yangon dit gekkenhuis net begon.

Na zaterdag kwam zondag en zat de politie in mijn rug toen mijn hart een sprongetje maakte dat ik Toe op de hoek van de straat zag staan gebaren waar ik naartoe moest fietsen. Ik weet niet eens meer wat er op maandag en dinsdag precies gebeurd is, behalve dat de straten er inmiddels uitzien als oorlogsgebieden, mijn huid en haar ook, er geweerschoten en rookwalmen uit woonwijken opstijgen, burgers helms, skibrillen en gasmaskers dragen, m’n microfoon tijdens online lessen op mute moet omdat er om me heen geschoten wordt en vanmiddag de hele buurt met emmers water en natte doeken demonstranten te hulp schoten die in contact waren gekomen met traangas. Er vallen zo’n beetje elke dag doden onder demonstranten die niets anders doen dan liedjes zingen, op patten en pannen slaan en in hun handen klappen. Het meest agressieve dat ze doen is op foto’s van de opper groene piemel stappen. Niet normaal hoe politie en het leger reageert. Ik zag net een filmpje van een stel politiemannen die een ambulance en de ambulancebroeders in elkaar staan te trappen.

Weet je wat ook niet normaal is? Dat ik niet meer verder kan schrijven. M’n hele leven, vanaf dat ik schrijven kon, is dat mijn manier geweest om dingen te plaatsen, om er greep op te krijgen. Maar dit, dit gaat mijn bevattingsvermogen te boven, ik ben echt even uitgepraat. Deze mensen willen niet anders dan democratie, hoe jong en pril die ook was. Dat is alles en wat krijgen ze? Volstrekt abnormale buitenproportionele achterbakse agressie en onderdrukking.





Samen

25 02 2021

M’n baas is niet echt bereikbaar want z’n vader ligt met corona in het ziekenhuis – nog zoiets dat zich niet laat stoppen door coup noch burgerlijke ongehoorzaamheid, sterker nog, het vaart er wel bij. 😦

Dat laat de private universiteit waar ik lesgeef wat stuurloos achter. Na weer een marathonmeeting met het docententeam en studentvertegenwoordigers hebben we besloten op vrijwillige basis onderwijs te hervatten met lessen die direct of indirect te koppelen zijn aan politiek, coups, verzet, weerbaarheid, de ondergrondse enzovoort.

Eén van de docenten is een soort boekclub begonnen waar studenten op vrijblijvende basis aan mee kunnen doen en leest het boek From dictatorship to Democracy, zie hier. Ik zou het graag ook met jullie lezen, laat me weten als het je wat lijkt.

Mag ik jullie hulp vragen? Welk boek, of welke activiteit zouden jullie met studenten doen om ze voor te bereiden, te beschermen, te harnassen, te steunen, te troosten, op te beuren, gaande te houden, inspireren, motiveren, etc? Van Anne Frank tot Hannie Schaft tot coping strategieen tot creatief verzet: ik sta voor alles open!

Tot slot een foto genomen op de stoep voor de Chinese ambassade in Yangon. Dit zijn allemaal jongens die in tea of koffieshops werken en tijdens de demonstratie op maandag (22-02-2021, de 22222 movement) de demonstranten van koffie/thee/eten voorzagen. De jongen rechts is één van de coffeeguys van mijn favoriete koffietentje. Niet zomaar een, degene die wat nu lang geleden lijkt een mannetje voor me tekende in het schuim van m’n koffie om me op te vrolijken. Laat deze foto dat nou ook doen!

Dragers van brood, koffie, water – en de toekomst





+ nog eens 7 dagen

22 02 2021

na de eerste 14 dagen volgden er nog eens zeven… Gelukkig is er altijd de C van Chocolate en de H van humor.

De afgelopen vijf nachten hebben de groene piemels internetbedrijven gesommeerd van 1 uur ’s nachts tot negen uur ’s ochtends internet plat te leggen. Meteen de eerste nacht vlogen vliegtuigen af en aan tussen China en Myanmar. Wat ziet men op straat? Brandnieuwe pakjes en matarialen voor de groene piemels. De officiele verklaring? Seafood deliveries.

Drie maal raden bij welke ambassade de volgende dag een protestbord “Seafood market” op de stoep stond?





Stukkie fietsen

17 02 2021
Pot-beating campaign




Door de ogen van mijn moeder

16 02 2021

“Al in de baarmoeder roerde ze zich enorm. Ze trapte mijn boek van mijn schoot en ging te keer als ik aan het pianospelen was met mijn dikke buik tegen de toetsen. Was het uit enthousiasme of protest? Ze kon een meter ver haar babymelk uitspugen met gevolg dat ze zes weken oud ondervoed in het ziekenhuis terecht kwam. Na drie weken kwam ze weer thuis en tot zeven maanden oud werd ze zwaar gedrogeerd met luminal. De kinderarts zei -ik weet niet waar hij dat uit opmaakte- “wat een willetje”.

Toen zij twee was werd haar zusje geboren. Ze was fair genoeg om “loo beeb, loo beeb, handje” tegen het babietje te zeggen, maar keerde daarna alle asbakken in het huis om. Als ik haar zusje aan het voeden was haalde ze allerlei kattenkwaad uit. Haar favoriet was aarde uit de bloempotten graven.

Op het woonerf waar we toendertijd woonden waren zo’n 20 kinderen onder de zes jaar. De kinderen waren bijna altijd buiten en alle deuren stonden open. Als er maar even ergens ruzie, pijn of ellende was, was zij erbij. Ze was een van de jongsten maar wel een leider. Toen ze bijna zes was verhuisden we en ging zij naar de lagere school. Naast de vriendinnetjes van school speelde ze met een jongetje dat volgens mij niet Rogier (dat was haar vriendje van het woonerf), maar Paultje of zo heette. Een boefje. Naast het paardenslager verhaal ging ze ook met hem stelen bij winkels. Toen we dat ontdekten zei ze dat ze meeging om hem voor erger te behoeden. Ze protesteerde een keer níet toen ze van ons niet meer met hem om mocht gaan nadat hij geld van ons gejat had.

De lagere school was een kleine school van de Broedergemeente met maar zes klassen aan de rand van het dorp. Als er in de pauzes wat aan de hand was stond ze er altijd tussen. Altijd strijdend voor de underdog. De leerkrachten mochten dat kleine, felle meisje wel. Behalve de meester van de vijfde, meneer Krediet. Een gedrongen figuur met rood haar en politieke voorkeuren, altijd gekleed in een knickerbocker. Zwaar christelijk en zwaar onrechtvaardig. Trok de braveriken altijd voor, zo’n man die niet begreep dat de kinderen in zijn klas de zware psalmen die hij hun probeerde te leren niet leuk vonden. Paste niet bij die school en al helemaal niet bij mijn dochter. Ze is herhaaldelijk van school weggelopen vanwege hem.

Toen op een dag werd ik op school ontboden. Er had zich iets onrechtvaardigs voorgedaan in de klas met meneer Krediet en ze had het voor elkaar gekregen dat het grootste deel van de klas zich in de toiletten had opgesloten en er niet meer uit wilde komen. Vier kinderen per toilethokje, deur op slot. Het hoofd van de school, meneer Kaasschieter, moest erbij gehaald worden om alle kinderen uit de toiletten te krijgen. En toen stond ik daar voor de knickerbocker die zijn versie gaf over dit verhaal. En mijn dochter, één bolletje vuur, spuugde hem zowat in zijn gezicht: “U líegt, u líegt gewoon!”

Wat was ik trots op haar. Een ware ‘protestant’!

En dat is ze nog.”





Stop de paardenslager

15 02 2021

Ik kan me van de lagere school vier vrienden herinneren, twee meisjes en twee jongens. Ik had een Antilliaans en een Chinees vriendinnetje wiens ouders het Chinese restaurant in ons dorp bestierden. Om het cliche nog groter te maken: haar naam was Kim.

De jongens heetten Robin en Rogier. De eerste, arme ziel, was mijn vriendje met wie ik het uitmaakte aan het einde van de lagere school omdat we allebei naar een andere middelbare school gingen “en dat zou toch niet werken”. Vind dat nog altijd stom van mezelf. Rogier was ouder dan ik en een schoffie, een heel ander verhaal, dat vertel ik later nog wel eens.

M’n allereerste daad van verzet was toen ik een jaar of 10 was. Ik had een clubje opgericht om het voor de dieren op te nemen, Animal Friends. We hadden een echt logo, een clubblaadje waarvoor ik de verslaggever was, en in de kantoorvakhandel van mijn ouders hadden we wat stickervellen van het logo geprint. Apetrots waren we! Ik weet het niet meer precies, maar volgens mij had Animal Friends ten tijde van de eerse verzetsactie maar drie leden: Robin, Rogier en ik. Ons dorp had een paardeslager, en daar hadden we het op gemunt. In mijn herinnering was ik een soort van de baas, en als zodanig had ik het plan en de rolverdeling gemaakt. We zouden aan het begin van de dag bij de slager naar binnen gaan, een van ons zou doen alsof hij iets ging kopen, de ander zou onderwijl een handvol stinkbommen deponeren. Die stinkbommetjes waren capsules van glas die je kapot moest gooien of trappen waarna het urenlang naar rotte eieren stonk. Funest voor je handel! De jongens zouden het plan uitvoeren– ik had het immers bedacht en bovendien moest ik verslaggeven.

Goed, einde van het liedje was dat de jongens niet durfden en ik in m’n eentje naar binnen ben gegaan, voor weet ik veel, een rijksdaalder paardengehakt heb gekocht en op weg naar buiten riep “stop de paardenslager!” onderwijl struikelend over m’n eigen benen al die capsules op de grond kapot gooiend. Vind het nog steeds een beetje krom dat ik het nodig vond eerst iets te kopen bij de paardenslager, maar ben ook wel trots op de 10jarige die het lef had het plan uit te voeren. Beter dan die keer dat ik van Rogier een reuze-tor met een naald door z’n rug moest prikken om de wereld van de ondergang te redden – als ik eraan terugdenk hoor ik nog steeds het gekraak van het schild van dat beest. Maar ik dwaal af.
M’n andere daad van verzet was eind 20e eeuw (ha!) waarvoor ik vanuit Havanna aan de Waal naar 020 toog. Op weg naar het station had ik geprobeerd een bevriende docent van de Radboud universiteit mee te krijgen maar hij moest helaas verstek laten gaan dus ik was wederom alleen op pad om te demonstreren tegen… De Franse atoomproeven? De bezuinigen in het onderwijs? Rita Verdonk en haar uitzetbeleid? Ik weet het echt niet meer!

Het protest waar ik nu middenin zit, is veel krachtiger, noodzakelijker, en massaler. Bovendien is de tegenkracht gevaarlijker en voelbaar – elke ochtend controleer ik met angstig gemoed m’n telefoon. Dat begon met de afsluiting van internet in de ochtend van 1 Februari, en het gevaar komt elke dag dichterbij. Het volk wijkt vooralsnog geen milimeter, is bewonderswaardig slim, buigt mee en veert terug met de minne en giftige acties van de groene piemels. Ze zullen dat doen zolang ze kunnen, onderwijl hopend dat de buitenwacht ze niet zal vergeten en zich af blijft vragen #whatishappeninginMyanmar.

Ik hoop met alles wat ik in me heb dat ik ooit over 2021 in Myanmar kan vertellen dat het allemaal is goedgekomen, maar één ding is duidelijk: dit is niet de paardenslager – zonder vrienden gaat het niet.





De C van Chocolate

11 02 2021

En van Civil Disobedience Movement (CDM), een strijd van het volk tegen de gevestigde orde of het systeem. De laatste heeft meestal de beschikking over machtsmiddelen, de eerste heeft de massa.

Omdat de groepen zo verschillend van aard zijn en op verschillende manieren strijden, is de strijd van de CDM met haar kat en muis spel, plaagstootjes en verstoringen er één van de lange adem, een marathon net zoals een guerilla strijd.

Laat ik nou meer een sprinter dan een marathonloper zijn en zo lig ik er na een week opstand al uit. Waar teacher en haar man en vrienden na de eerste schrik op 1 februari non-stop in de weer zijn, was ik vandaag kapot. Kringen onder de ogen, koppijn, tennisarm van het pot-beaten en blaren op m’n vingers van het sticker knippen en wuppies maken.

Vandaag dus in m’n eigen wijk rustig bezig geweest. Morgen is het Union day, dan moet ik weer fris en fruitig aan de bak.

De dag daarna is de namegiving day van het zoontje van teacher Soe en haar man Toe. Het jochie is geboren in november maar heeft nog geen officiele naam, dat mag hier even wachten zodat je wat beter weet wat voor kindje het is.

Het verhaal gaat dat Soe’s moeder haar bij het eerste kind waarschuwde geen pure chocola te eten want daar krijg je babies met een donkere huidskleur van. Dat wist ik uiteraard niet dus ik nam altijd 74% donkere chocola voor Soe mee en pas aan het einde van deze zwangerschap vertelde ze me dit verhaal. Ik grapte nog “nou ja, als ie een beetje donker uitpakt, kun je altijd de schuld aan mij geven.”

Je raadt het al, dat werd dus een hartstikke donker babietje. Hij kreeg daarom de naam Chocolate Covid en wordt nu door iedereen Chocolate genoemd. Deze zaterdag is het zover en krijgt ie officieel, in de pagode, een naam en ik heb de eer daarvoor uitgenodigd te zijn.

Hoewel ik met liefde afstand doe van de C van Covid, Coup, en zelfs CDM (blijft een strijd hè) , zal ik de naam Chocolate missen. Toch eens navragen of er voor de veroorzaker van de mooie chocolade-kleurige huidskleur een uitzondering gemaakt kan worden. 😉

Chocolate tijdens pot-beating




De L van Lekker slapen

10 02 2021

En van Lieve mensen. 😀 Na een dag geld bezorgen, rondfietsen, wuppies maken, stickers knippen en al het andere is het tijd eens lekker op tijd naar bed te gaan. Onderstaand filmpje is van gisteren.

Vandaag op dezelfde plek leek het iets rustiger te zijn, wellicht ook omdat de guerilla strategie betekent dat groepen demonstranten zich op verschillende plekken bevinden en zich continue verplaatsen.

Er is met de dag meer aan stickers en graffiti te zien, soms heel creatief, soms een beetje grof (zag een jonge gast die al lopend een karton aan het beschrijven was met een verwijzing naar de lengte van de piemel van de groene opperbaas), soms heel boos – er is gister een meisje van net 20 overleden doordat ze in haar hoofd geraakt was. Het is bijzonder dat de mensen nog steeds zo vreedzaam, bijna opgetogen aan het betogen zijn. Met al de liederen, het gratis eten en drinken dat uitgedeeld wordt, en het algemene gevoel van verbondenheid voelt het soms meer als een festival dan een demonstratie voor herstel van democratie. Bijzonder volkje, die Mayanmarezen. ❤ Toch nog even snel een paar wuppies in de kleuren rood, geel en groen voor de kinderen maken.





Doe niet zo, MAL

9 02 2021

Gister beschreef ik hoe ik het woord voor motherfucker leerde en al m’n Burmese vrienden vinden het hilarisch omdat het licht genant voor m’n Burmese juf geweest moet zijn mij dat woord op straat uit te moeten leggen. မအလ klinkt als mah – ah – lah, maar de letters zijn M.A.L. Laten dat nou net de initialen van de groene opper-piemel zijn. Dat verband legde ik vandaag, nadat ik hoorde dat het een sneu klein ventje is en ik dit demonstratie bord tegen was gekomen op weg downtown:

My dreams are higher than MAL’s height

Er waren meer lichtpuntjes vandaag, maar omdat het internet niet meewerkt een beeldverzameling in 10 delen.

Zeg nou zelf, je moet wel mal zijn om je tegen deze mensen te keren, niet dan?