Throwback to 2011

15 07 2018

Phnom Penh, 14 juli, 12h14. Gewoon, een zaterdag waarop ik samen met Heinz lunch bij een tentje met de weinig creatieve naam The Shop. Ze hebben lekkere lunch en heerlijke chocola, dat wel.

Enfin, ik start daar m’n laptop op om Heinz te laten zien waar eerder die dag mijn hart een sprongetje van maakte. 

Ik ken dit, dacht ik en jawel: de Wadden zee bij Schleswig-Holstein.

We kijken er samen naar, denkend aan die zomer in 2011. Als een lang vervlogen droom, in een sprookjeachtig landschap met terpen op zee en niet te versmaden Farizeeërs.

(Zie blog van toen Een warf(t) te ver)

 

Advertenties




Hielspoor

23 05 2018

Dat je aangeraden wordt andere hobbies te overwegen. Zingen. Yoga of pilates. Anders een teamsport, maar dan in een seniorenteam?

Dat je dan nog niet eens bij de fysio bent geweest met je gekneusde pols en hielspoor – de naam op zichzelf klinkt al alsof het een aandoening uit de oudheid betreft.

Dat je dan jezelf maar op een full body massage trakteert, met als toetje nog eens een uur voetmassage in verband met de hielspoor.

Dat dan een Cambodjaanse vijftiger op weg naar buiten naar je zwaait, en eenmaal buiten op z’n brommer gezeten, je met een schalkse blik een kushandje toewerpt.

Dat je dan niet weet of je moet lachen of huilen.

#vandiedingen





Menskes

18 04 2018

Mijn ene oma was een statige vrouw die wat geaffecteerd praatte, shag rookte en altijd geklopte melk bij de koffie nam. Ze was niet lief, wel pittig. Ze stierf aan darmkanker en deed dat op een manier die ik wel begreep. Ze was namelijk een beetje boos dat het nou zo moest, zo onwaardig. Dat vertelde ze me, toen we samen op de rand van haar bed zaten, zij nog maar zo’n 38 kilo zwaar.

De andere oma was klein en een beetje dik met bloemetjesjurken waarvan de rug versleten was daar waar ze met de rug van haar hand wreef omdat ze last van haar rug had. Ze was lief. Of ze pittig was weet ik eigenlijk niet want ik verstond haar vaak niet – ze sprak speciaal voor mij ABN maar dat was alsnog met een Drenths accent en omdat ik verlegen werd van steeds te moeten vragen “Wat zegt u oma?” ontvluchtte ik de gesprekken zoveel mogelijk. Daar schaam ik me nog steeds een beetje voor. Oma is gewoon stilletjes in haar slaap overleden.

Als ik een oud menske ben, en ik probeer accentloos te praten, wie zou er dan nog bij mij langskomen voor een praatje zo nu en dan?

De kinderen van anderen, dat staat vast.

Ik zou ze vragen stellen, over hun leven en wat ze doen en hoe de Dingen werken.

Simpele dingen zoals apps, of spelregels van hun favoriete bordspel (als dat dan nog bestaat), of wat voor sport ze doen en waarom geen volleybal of frisbee, waarom jongens (of meisjes) stom zijn, of ze later in Cambodja willen wonen of anders ergens anders op de wereld, waarom ze een rijke-mensen-telefoon hebben en geen telefoon voor gewone mensen, of mensen nog steeds “kakkers” zeggen of “daarom is geen reden, als je van de trap afvalt dan ben je snel beneden”, en of ze me voor willen doen hoe dat ene computerspel werkt.

En dat ze dan lachen om mijn vragen en me een beetje raar maar wel leuk vinden. Eigenlijk net als nu.

Dat hoop ik tenminste.





Wij alleen

21 03 2018

Een tijdje geleden kreeg ik van m’n zusje een klein boekje met dierenverhalen van Toon Tellegen. Op een zaterdag op weg naar werk, nam ik me voor me niet op te winden dat ik op een zaterdag moest werken en ik las daarom, gezeten in een gele import-tuktuk uit India, in dat boekje.

Zoals wel vaker was iedereen te laat, en ik vertelde m’n collega, een ingenieur uit Australie, over dat boekje dat ik van mn zusje gekregen had en dat voor ons op tafel lag. Tot mijn schrik begon ik ineens een van de verhalen te vertellen. Schrik, want ik ben niet zo’n verhalenverteller en het moest ook nog eens in het Engels. Dit vertelde ik haar:

“Het was een warme avond, in het begin van de zomer, en hoog in de boom zong de lijster. De eekhoorn zat in het gras aan de voet van de beuk. Zijn hoofd zakte langzaam omlaag en hij kon zijn ogen bijna niet meer open houden.

‘Hallo eekhoorn,’ hoorde hij opeens. Hij keek op. Het was de olifant.

‘Hallo olifant,’ zei hij.

De olifant bleef voor hem staan en leek iets te willen zeggen. Hij schraapte een paar keer zijn keel en zwaaide zijn slurf van zijn ene schouder naar zijn andere schouder.

‘Eekhoorn,’ zei hij toen.

‘Ja,’ zei de eekhoorn.

‘Wil je het me dansen?’

‘Dat is goed,’ zei de eekhoorn.

‘Maar … eh… als ik op je tenen trap, word je dan niet boos?’

‘Nee,’ zei de eekhoorn. ‘Maar je moet niet op mijn tenen trappen.’

‘Maar als ik het toch doe?’

‘Nee, dan word ik niet boos.’

‘En als ik dan opeens heel gelukkig ben en met je in het rond draai en je niet meer kan houden en jij met een enorme klap tegen de beuk vliegt en versuft blijft liggen, word je dan ook niet boos?’

De eekhoorn dacht na en zag zichzelf in het gras liggen, op zijn rug, onder de beuk, terwijl er een enorme bult op zijn voorhoofd verscheen.

‘Nee,’ zei hij langzaam, ‘dan word ik ook niet boos.’

‘En als ik je dan overeind trek en verder dans?’ ‘Nee, dan ook niet.’

De olifant slaakte een diepe zucht, keek even heel ernstig en legde toen één voorpoot om het middel van de eekhoorn. De maan scheen, de lijster zong en de olifant en de eekhoorn dansten. Na twee passen trapte de olifant op de tenen van de eekhoorn.

‘Au,’ zei de eekhoorn. Maar hij werd niet boos. Nadat hij nog tien keer op de tenen van de eekhoorn had getrapt en de eekhoorn niet één keer boos was geworden, voelde de olifant dat hij heel gelukkig begon te worden.

De nachtegaal was ook gaan zingen en op de onderste tak van de beuk ging het vuurvliegje aan en uit. De olifant draaide de eekhoorn, al dansend, om zich heen, steeds harder en wilder. Ik denk, dacht de eekhoorn, dat ik weet wat er nu gaat gebeuren.

‘Ho!’ riep de olifant. Maar het was al te laat. De eekhoorn vloog met grote snelheid door de lucht en kwam met een zware dreun tegen de beuk terecht.

Even later dansten ze weer. De olifant danste en de eekhoorn strompelde in de maat. De olifant probeerde niet meer te draaien en zo min mogelijk op de tenen van de eekhoorn te trappen.

‘Wat dansen we mooi!’ fluisterde hij in het verkreukelde oor van de eekhoorn.

‘Ja,’ kreunde de eekhoorn.

‘Zo zou ik altijd wel willen dansen,’ zei de olifant.

‘Ja,’ mompelde de eekhoorn terwijl het vuurvliegje toekeek en vriendelijk aan en uit bleef gaan. Dat meen ik echt, dacht de eekhoorn.”

M’n collega was even stil en keek toen op. “That was so beautiful,” zei ze, “you are a great story teller Romina!”

Dat is dan weer niet waar. All credits to Toon Tellegen.

© Toon Tellegen Wij alleen





Hoera, het jaar van de hond!

16 02 2018

Volgens de Chinese astrologie ben ik een konijn, met het element hout. Ik was gewaarschuwd dat het jaar van de Haan voor Konijnen knudde zou zijn, omdat konijnen en hanen nu eenmaal niet goed samen gaan, en voor hout-konijnen was het extra problematisch vanwege de ijzeren haan.

Aangezien de waarschuwing notabene vanuit de Temple of Mercy kwam, en ikzelf gewapend was met goede moed (“zal eens laten zien hoe een konijn een haan vangt”, zie hier), dacht ik het tij wel te kunnen keren.

Image result for bang konijnNiet dus. Wat een kak-jaar.

Als een trillend hoopje konijn aan de kant van de snelweg was ik lamgeslagen aan het afwachten tot het afgelopen zou zijn, dat jaar. Het liep van 28 januari 2017, en het eindigde gister – heel toepasselijk met een platte fietsband.

De Haan heeft niet stilgezeten en nog wat andere sh*t in mijn jaar gebracht, die ik vanuit het levenslang leren idee hier zal memoreren.

  1. Beroepskeuzes: het grootste deel van het jaar heb ik op een werkplek gezeten die niet bij me paste. Het ergste was: ik had daar niet hoeven zitten, had een andere baan laten lopen voor deze “kans”.
  2. Ziekte en blessures: als ik met sporten een blessure oploop, heb ik tenminste plezier gehad totdat het gebeurde. Als je geprikt wordt door een mug en vervolgens twee-en-een-halve maand gevloerd bent, lacht alleen de haan. In zijn knuistje. Poot. Rotbeest.
  3. Relaties en samenwerking. Met een paar activiteiten heb ik mezelf compleet over de kop gewerkt omdat partners er tussenuit piepten en mij met het werk lieten zitten. Heb me letterlijk in de steek gelaten, rottig en boos gevoeld, ruzie gemaakt, relaties verbroken. Ook een blauwtje gelopen, maar dat deed ik zelf en werd me niet toegeworpen door de Haan en voelde eigenlijk helemaal niet zo erg.
  4. Image result for gebraden haantjeFamilie. Aan het einde van dit gezellige jaar  kwam mijn vader op bezoek. We hebben China nog gehaald, maar van de geplande 5 maanden is hij er maar 2 geweest, waarvan 3 weken in het ziekenhuis agv een beroerte. Om mijn vader in een rolstoel Cambodja te zien verlaten… Dit had ie dus beter niet kunnen doen, de Haan is het haasje. Mag ik een oproep doen?

Maar nu, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ik ga geen varkentjes wassen, geen hanen vangen, laat het eten van gebraden haantjes aan u over, ik ga vruchten plukken. Het is immers het jaar van de Hond, en ik lees overal dat de “hardship and worries” van voorgaande jaren over zijn, het Konijn kan eindelijk de vruchten plukken van gedane inspanningen. M’n beste maanden moeten nog komen, te beginnen vanaf Maart. Dat kan kloppen want vandaag had ik naast de uitsmijter van het jaar (de platte band) ook een brommer die niet starten wilde.

Vruchten, dus. Ik hou m’n ogen  open en buffel verder.

Iedereen een voorspoedig jaar gewenst!! Image result for chinese new year best wishes





I am super rich

27 12 2017

want met Jaap en papa in China. 😀

Shanghainezen zijn ook rijk, maar ze lachen minder dan wij drieen.

Ze hebben wel van alles:

  • Fietsbanden die niet plat kunnen.
  • Brommers met een jasje zodat je handen en benen niet koud worden.
  • Gekke borden.
  • Lak aan regels. Politiemannen blazen zich suf op hun fluitjes om nog eens extra aan te geven  dat rood stoppen betekent – maakt niet uit, mensen doen gewoon lekker wat ze zelf willen.
  • Het is op zichzelf al veelzeggend dat  er anti-voordringborden bestaan, maar (zie bovenstaande) het heeft weining effect: voordringen doet men voor de neus weg of juist met veel kabaal, het is de standaard. Net als mensen over de tenen of tussen de benen rijden met je electrische sluipbrommer.
  • Smog – en als tegenreactie veel electrische vervoermiddelen.
  • Parapluverhuurmachines – ook handig in Nederland en daarnaast een mooi woord voor Scrabble.
  • Lekker eten!
  • Lekker bier (helaas wel 8 dollar per stuk!)
  • Een mooie skyline van Shanghai – Pudong.

 





Drolletje

17 10 2017

Nu ik een aantal enthousiaste reacties heb gekregen op m’n koortsige dengue-verhaaltjes hier en op m’n Engelstalige blog (moet je lezen, inclusief wat ouderwetse Ska !) dacht ik er in de na-weeën van de dengue nog maar eentje te schrijven.

Daten en drolletjes dus. Ik kan van dat daten nog steeds (zie hier en hier) helemaal niks, daar helpt levenswijsheid kennelijk niks aan. Op Tinder sta ik voortdurend droog (“There is no one new around you”) en laatst had ik een super knappe vent van zeker 9 jaar jonger beet, brand ik het in m’n dengue-ijlen in 3 minuten en 4 zinnen helemaal af. De beste jongen had een foto met duikpak naar beneden gestroopt op Tinder staan, en hij had om onduidelijke redenen (want ik heb geen foto’s van m’n karakter op Tinder staan, maar  ik ben wel 112 jaar oud omdat Facebook dat nou eenmaal zegt) rechts geswiped. Hij praatte welgeteld drie zinnen tegen me, en met de laatste zin bleek dat ‘ie me niet begreep, en ik zei nog eens iets, en omdat hij niet binnen het uur reageerde was ik zo geïrriteerd dat ik ‘m zonder verdere omhaal van woorden pats-boem hoppa! gewoon unmatch-de. Daar had ik toen de paracetamol eenmaal de koorts wat onderdrukt had toch een beetje spijt van, maar hierin is Tinder net zo onverbiddelijk als het echte leven: uit is uit.

Heb laatst ook voor het eerst sinds jeugd-liefde R. een real life blauwtje gelopen met vriend J. Nu we van elkaar weten hoe de vlag erbij hangt (ik voel van alles, hij niets), hebben we de draad weer opgepakt en heb ik een nieuwe mannelijke vriend erbij die naadloos past in het rijtje Mannen-op-Afstand, De Ex, De Homo, en dan nu ook de Jonge God. Mannen  waarvan we absoluut zeker weten dat er geen enkele, nul komma nul, seksuele spanning tussen ons is. Van hen naar mij dan.

Enfin. De Jonge God, a.k.a. De Vlam, en ik kletsen wat af op Facebook-messenger. In al mijn opwinding stuur ik herhaaldelijk per abuis en op de meest ongelegen momenten dat stomme duimpje. In een poging me daaruit te kletsen, noemde ik dat de Thumbs up Bug. De Jonge God zweeg maar weer eens een tijdje en meldde zich later op de dag met allerhande varianten op het duimpje. Dat kan namelijk, van Facebook mag je zelf kiezen welk icoontje daar te pas en te onpas verschijnt. Hoe ironisch, de Jonge God opperde een knal rood-gele vlam, maar ik zag dat toch niet zo zitten, vooral aangezien de bug vooral van mij naar hem opspeelt – pun intended.

Hij opperde zo nog eens wat, we wikten en wogen de verschillende opties en voorzagen deze van argumenten (ik met name want daar heb je tijd voor als je ziek met dengue thuis zit), en uiteindelijk hebben we vol overtuiging voor Drolletje gekozen.

Bij Drolletje moet ik steevast aan twee mannen denken. De ene is de Witte Surinamer, één van de vrienden die niet speciaal voor mij wilde verhuizen naar Telegram toen Whatsapp werd overgenomen door Facebook. Ik probeerde zo af en toe contact met hem te krijgen op Facebook messenger. Na tekst-ballonnen vol wederwaardigheden waar nooit ook maar enige reactie op kwam, stuurde ik hem uit nijd eens die drol. En jawel: hij reageerde.  Met tekst – en Drolletje als afsluiting.

De andere man is Ruben. Ik deel heel veel met Ruben. Ten eerste scheelt hij maar één letter met mijn neefje die hopelijk later niet op Ruben gaat lijken. Ten tweede kan Ruben net als ik helemaal niks van daten. En ten derde Drolletje. Niemand zegt “Kák!” zoals Ruben dat kan – of het moet vriendin J. zijn die altijd zo mooi “kakker-de-kak!” zegt als ze een bal verpest met volleybal.