Tot aan het ochtendblauw

13 12 2018

In 2005, zo’n anderhalf jaar na de illustere bosbrandwandeling die het begin van H&M inluidde, kochtten we een appartement in Rotterdam waaraan volgens papa “niks af” was. Vanaf september 2012 woonden we beiden in Cambodja en kwamen we elk jaar met pasen thuis en dan stond dat daar in het midden van de Straat met de Bomen parmantig te staan. Uitnodigend als altijd, nooit een spat minder thuis dan voorheen. Op 8 december van dit jaar is de verkoop definitief bezegeld.

De klusjaren (die feitelijk nooit echt afgelopen waren), de vrienden, onze ouders, m’n zxsje en haar kinderen, de vissen, logeerpartijtjes, een dansje in de kamer, m’n vader, de liefde…  – dit huis.

met heel mijn hart en ziel / langs de zon en maan / tot aan het ochtendblauw

Advertenties




Nog een keer: eerste keren

24 08 2018

Ik maak me klaar voor een kort weekeind Kampot in m’n eentje en dat leek me een uitgelezen moment om een blog te posten over m’n sociale leven, en wat er zoal aan eerste keren langsgekomen is in de laatste jaren.

De eerste keer:

  • huilen als vrienden terug naar huis gaan en Cambodja verlaten. Ik huilde niet toen ik Nederland verliet, nu bijna 6 jaar geleden, en ik denk dat dat is omdat Nederland en ik voor altijd verbonden zullen zijn. Met de buitenlanders waarmee ik hier een band opbouw, voelt een afscheid veel definitiever, omdat ik vermoed dat ik ze nooit meer terug zal zien.
  • vriendschappen hebben met mensen die jonger zijn dan ik – waarmee ik 15, 20 jaar jonger bedoel (en dat de mensen niet aan mij, maar wel aan hen vragen of ik hun moeder ben). Ik realiseer me met terugwerkende kracht dat we in Nederland een behoorlijk sterke leeftijdssegregatie hebben: voor alles z’n tijd en z’n plek, en als je 40 bent, zit je in andere kroegen dan waar de twintigers zitten. En dat je als vrouw van 43 met een jongen van 23 uit eten gaat, is gek. Heel gek – als het al niet verdacht is.
  • op vakantie met z’n tweeën en dat die ander niet je partner is. De eerste was vriendin M. met wie ik naar Penang, Maleisie ging, daarna een weekeindtripje met de Fransoos, en de laatste keren met de nietsvermoedende Jonge God. Is een aanrader! Je maakt andere dingen mee, legt andere contacten dan wanneer je alleen of een stelletje bent.
  • samen met je vader op vakantie gaan / je vader maandenlang bij je op bezoek hebben. Als je kunt: doen! Pas als je beide volwassen bent, en tijd met z’n tweeën hebt, leer je elkaar echt kennen. Ik bedoel m’n vader als mens, los van zijn rol als vader ten opzichte van mij. En juist door dat te zien en te delen, heb ik weer meer over hem én over mezelf geleerd.
  • porno kijken – en ontdekken wat een discriminerende, stigmatiserende, weinig opwindende boel dat is! Hoe vrouwen geportretteerd worden, weten we allemaal wel denk ik, en dat zwarte mannen (vaak zonder het hoofd in beeld te brengen) als een soort wandelende enorme pik neergezet worden welicht ook. Maar dat zwarte vrouwen veel respectlozer ‘genomen’ worden dan witte vrouwen, dat Aziatische vrouwen als dociele, naïeve, onnozele kindvrouwtjes in beeld komen, en Aziatische mannen steevast als masseur in betrekkelijk vriendelijke, zachte sex-scenes… Waarom? Moet het daar opwindender van worden?
  • ludevudu. Oneindig veel blogs over geschreven, gedichten, brieven, ik heb een oceaan aan tranen gelaten en had dat nooit eerder. Je kunt maar één keer the love of your life verliezen – als er inderdaad maar één love of your life is en daar lijkt het vooralsnog wel op, zie de eerste keren hieronder.
  • op Tinder gaan. Swiper-de-swipe, here we go. Kansloos maar hilarisch, zie hier
  • op date gaan. Echt, als het niet wil lukken met deze dag en je een verzetje kunt gebruiken, lees over m’n eerste en enige date ooit – met de Fransoos met de zakkige wangen die de illustere woorden You know say no schreef.
  • iemand bekennen dat je ‘m leuk vindt, en dan horen dat ‘ie geen interesse in jou heeft (geschreven in de naweeën van de dengue-koortsen, dus heartbreaking eerlijk, zie hier het Drolletje blog).
  • ruzie via de mail en/of andere digitale wegen. Niks aan. Niet doen, gewoon wegleggen die apparaten en wachten tot de gemoederen weer wat bedaard zijn.

Enfin, ik hoop dat dit overzicht inspireert tot een goed weekeind, mooie vakanties, een succesvoller datend leven dan ik heb, een lach en een traan – en aarzel vooral niet om een reactie achter te laten want dat vind ik dan weer leuk! 🙂





Het eerste blog over eerste keren

17 08 2018
De eerste keer sex. Voor het eerst zonder je ouders op vakantie. Je eerste echte baan. De eerste koopwoning. Enzovoort. Eerste keren zijn bijzonder. Een beproefde methode om weer eerste keren in je leven toe te laten, is emigreren. Dit zijn mijn eerste keren in Cambodja:

Bestolen worden door de schoonmaakster – niet door de eerste, wel door de vierde. En dat je dat op video hebt, en dat de landlord haar dan nog steeds niet ontslaat.

Op straat beroofd worden – zonder geweld, wel fysiek letsel. Niets verloren, zelfs m’n vertrouwen in de medemens niet, zie hier.

Iets oprichten en daar je hele ziel en zaligheid inleggen omdat je gelooft dat het er zijn moet: een meiden sport club (zie hier voor een blog dat ik schreef in de prille jaren van Bee force, de meiden frisbee club waar ik me nog steeds wekelijks voor inzet).

Image may contain: 22 people, including Cha Ta, Sochealy Nhip, Yuiko Watanabe and Jared Cahners, people smiling, outdoor

Eerste keren fysieke zaken

  • Gekneusde ribben (agv de eerder genoemde straatroof)
  • Scheur in de hamstring.
  • Niet op je voeten kunnen staan door peesplaatontsteking en/of hielspoor en als een oma naast het veld staan kijken naar je onbekommerd ronddartelende teamgenoten. M’n zusje heeft het ook, al veel langer dan dat ik er last van heb, maar ik heb zoals altijd een korter lontje en minder geduld dus ik begon al te piepen toen ik er een maandje last van had, zie hier voor de eerste piepjes.
  • Grijze haren! Ik vind het leuk, hoop dat het een verbetering zal zijn ten opzichte van m’n natuurlijke peper en zout kleur.
  • Stoppen met de pil en je realiseren dat het niet lang meer zal duren tot je van de maandelijkse stonden verlost zal zijn. Hoera!
  • Een blauw oog. Frisbee op m’n oog gevangen. 😛
  • Aanvaring met dengue (knokkelkoorts). Voor het eerst dat ik merkte dat mijn lichaam dus niet alles aankan. Niet alleen door de koorts, maar door de pijn in gewrichten, spieren en het totaal uitgeput zijn als gevolg van gebrek aan bloedplaatjes en witte bloedcellen. Mooie bijkomstigheid: zonder huisarts, partner of familie merk je dan goed wie je echte vrienden zijn.

Culturele realisaties

  • Waardering voor democratie – ik nam democratie en een zorgende staat voor lief toen ik nog in Nederland was, maar leer hier dat het een groot goed en een verworvenheid is. Mensen, ga er dwars voor liggen, laat het je niet ontglippen!
  • Je aan de goden overgeleverd, onbeschermd voelen. Als ik hier platgereden, overvallen, beroofd, aangerand, aangehouden of vervolgd word, is het van het toeval afhankelijk hoe het afloopt. Er is geen enkele rechtsbescherming, politie en justitie zijn corrupt, de enige bescherming die je hebt is geld – en dan nog moet je hopen dat je meer geld en contacten hebt dan de persoon met wie je in de clinch ligt (zie hier voor de straatroof)
  • Kunst, cultuur en natuur missen. Als je om je heen kijkt in Cambodja, zou je denken dat men er gaan biet om geeft. Dat zal niet waar zijn, en waarschijnlijk kun je pas een maatschappij met openlijke waardering en zorg voor schoonheid en artisticiteit verwerven als aan allerhande andere behoeften voldaan is, maar toch.
  • Van diversiteit houden. In Cambodja is 97% van de mensen Boeddhistisch, er is nauwelijks etnische diversiteit, alle meisjes hebben lang haar, er zijn geen punkers of subgroepen, iedereen studeert accounting of management, er is een politieke partij, niemand pimpt z’n brommer etcetera. Hoe homogeen het hier is, merk ik pas goed als ik elders ben en ik opfleur van de diversiteit om me heen.
  • Mom genoemd worden en daar trots op zijn. Dit is omdat ik begrijp en voel dat een plek toegewezen krijgen in een familie, wel eens belangrijker kon zijn dan je given name (zie hier mijn Engelstalige blog what’s in a name?).
  • Je realiseren hoe weinig uniek je bent, en hoeveel je identiteit bepaald wordt doordat je Nederlander en Europeaan bent. Echt waar. Hier ontdek ik dat ik me makkelijker verbonden voel, meer deel met, zeg, een Portugees dan met een Amerikaan. Sinds ik door een van m’n Amerikaanse vrienden half voor de grap, half serieus, “continental snob” genoemd ben, gebruiken we die naam nog steeds als er weer eens een cultureel verschilletje opduikt tussen mij en m’n Amerikaanse vrienden. Zoals dat ik m’n hamburger en pizza met mes en vork eet (kort blog hier).

Moraal van dit verhaal: hoe oud je ook bent, je bent nooit te oud voor eerste keren. En: eerste keren zijn net als het leven: soms zit het mee, soms zit het tegen. Wat je ermee doet, is aan jou.

Het volgende blog (waarvan ik lekker niet zeg wat de titel is) zal volledig gewijd zijn aan eerste keren in het sociaal/liefdesleven van een Dutchie in Cambodia. Maak de borst maar vast nat….





Throwback to 2011

15 07 2018

Phnom Penh, 14 juli, 12h14. Gewoon, een zaterdag waarop ik samen met Heinz lunch bij een tentje met de weinig creatieve naam The Shop. Ze hebben lekkere lunch en heerlijke chocola, dat wel.

Enfin, ik start daar m’n laptop op om Heinz te laten zien waar eerder die dag mijn hart een sprongetje van maakte. 

Ik ken dit, dacht ik en jawel: de Wadden zee bij Schleswig-Holstein.

We kijken er samen naar, denkend aan die zomer in 2011. Als een lang vervlogen droom, in een sprookjeachtig landschap met terpen op zee en niet te versmaden Farizeeërs.

(Zie blog van toen Een warf(t) te ver)

 





Hielspoor

23 05 2018

Dat je aangeraden wordt andere hobbies te overwegen. Zingen. Yoga of pilates. Anders een teamsport, maar dan in een seniorenteam?

Dat je dan nog niet eens bij de fysio bent geweest met je gekneusde pols en hielspoor – de naam op zichzelf klinkt al alsof het een aandoening uit de oudheid betreft.

Dat je dan jezelf maar op een full body massage trakteert, met als toetje nog eens een uur voetmassage in verband met de hielspoor.

Dat dan een Cambodjaanse vijftiger op weg naar buiten naar je zwaait, en eenmaal buiten op z’n brommer gezeten, je met een schalkse blik een kushandje toewerpt.

Dat je dan niet weet of je moet lachen of huilen.

#vandiedingen





Menskes

18 04 2018

Mijn ene oma was een statige vrouw die wat geaffecteerd praatte, shag rookte en altijd geklopte melk bij de koffie nam. Ze was niet lief, wel pittig. Ze stierf aan darmkanker en deed dat op een manier die ik wel begreep. Ze was namelijk een beetje boos dat het nou zo moest, zo onwaardig. Dat vertelde ze me, toen we samen op de rand van haar bed zaten, zij nog maar zo’n 38 kilo zwaar.

De andere oma was klein en een beetje dik met bloemetjesjurken waarvan de rug versleten was daar waar ze met de rug van haar hand wreef omdat ze last van haar rug had. Ze was lief. Of ze pittig was weet ik eigenlijk niet want ik verstond haar vaak niet – ze sprak speciaal voor mij ABN maar dat was alsnog met een Drenths accent en omdat ik verlegen werd van steeds te moeten vragen “Wat zegt u oma?” ontvluchtte ik de gesprekken zoveel mogelijk. Daar schaam ik me nog steeds een beetje voor. Oma is gewoon stilletjes in haar slaap overleden.

Als ik een oud menske ben, en ik probeer accentloos te praten, wie zou er dan nog bij mij langskomen voor een praatje zo nu en dan?

De kinderen van anderen, dat staat vast.

Ik zou ze vragen stellen, over hun leven en wat ze doen en hoe de Dingen werken.

Simpele dingen zoals apps, of spelregels van hun favoriete bordspel (als dat dan nog bestaat), of wat voor sport ze doen en waarom geen volleybal of frisbee, waarom jongens (of meisjes) stom zijn, of ze later in Cambodja willen wonen of anders ergens anders op de wereld, waarom ze een rijke-mensen-telefoon hebben en geen telefoon voor gewone mensen, of mensen nog steeds “kakkers” zeggen of “daarom is geen reden, als je van de trap afvalt dan ben je snel beneden”, en of ze me voor willen doen hoe dat ene computerspel werkt.

En dat ze dan lachen om mijn vragen en me een beetje raar maar wel leuk vinden. Eigenlijk net als nu.

Dat hoop ik tenminste.





Wij alleen

21 03 2018

Een tijdje geleden kreeg ik van m’n zusje een klein boekje met dierenverhalen van Toon Tellegen. Op een zaterdag op weg naar werk, nam ik me voor me niet op te winden dat ik op een zaterdag moest werken en ik las daarom, gezeten in een gele import-tuktuk uit India, in dat boekje.

Zoals wel vaker was iedereen te laat, en ik vertelde m’n collega, een ingenieur uit Australie, over dat boekje dat ik van mn zusje gekregen had en dat voor ons op tafel lag. Tot mijn schrik begon ik ineens een van de verhalen te vertellen. Schrik, want ik ben niet zo’n verhalenverteller en het moest ook nog eens in het Engels. Dit vertelde ik haar:

“Het was een warme avond, in het begin van de zomer, en hoog in de boom zong de lijster. De eekhoorn zat in het gras aan de voet van de beuk. Zijn hoofd zakte langzaam omlaag en hij kon zijn ogen bijna niet meer open houden.

‘Hallo eekhoorn,’ hoorde hij opeens. Hij keek op. Het was de olifant.

‘Hallo olifant,’ zei hij.

De olifant bleef voor hem staan en leek iets te willen zeggen. Hij schraapte een paar keer zijn keel en zwaaide zijn slurf van zijn ene schouder naar zijn andere schouder.

‘Eekhoorn,’ zei hij toen.

‘Ja,’ zei de eekhoorn.

‘Wil je het me dansen?’

‘Dat is goed,’ zei de eekhoorn.

‘Maar … eh… als ik op je tenen trap, word je dan niet boos?’

‘Nee,’ zei de eekhoorn. ‘Maar je moet niet op mijn tenen trappen.’

‘Maar als ik het toch doe?’

‘Nee, dan word ik niet boos.’

‘En als ik dan opeens heel gelukkig ben en met je in het rond draai en je niet meer kan houden en jij met een enorme klap tegen de beuk vliegt en versuft blijft liggen, word je dan ook niet boos?’

De eekhoorn dacht na en zag zichzelf in het gras liggen, op zijn rug, onder de beuk, terwijl er een enorme bult op zijn voorhoofd verscheen.

‘Nee,’ zei hij langzaam, ‘dan word ik ook niet boos.’

‘En als ik je dan overeind trek en verder dans?’ ‘Nee, dan ook niet.’

De olifant slaakte een diepe zucht, keek even heel ernstig en legde toen één voorpoot om het middel van de eekhoorn. De maan scheen, de lijster zong en de olifant en de eekhoorn dansten. Na twee passen trapte de olifant op de tenen van de eekhoorn.

‘Au,’ zei de eekhoorn. Maar hij werd niet boos. Nadat hij nog tien keer op de tenen van de eekhoorn had getrapt en de eekhoorn niet één keer boos was geworden, voelde de olifant dat hij heel gelukkig begon te worden.

De nachtegaal was ook gaan zingen en op de onderste tak van de beuk ging het vuurvliegje aan en uit. De olifant draaide de eekhoorn, al dansend, om zich heen, steeds harder en wilder. Ik denk, dacht de eekhoorn, dat ik weet wat er nu gaat gebeuren.

‘Ho!’ riep de olifant. Maar het was al te laat. De eekhoorn vloog met grote snelheid door de lucht en kwam met een zware dreun tegen de beuk terecht.

Even later dansten ze weer. De olifant danste en de eekhoorn strompelde in de maat. De olifant probeerde niet meer te draaien en zo min mogelijk op de tenen van de eekhoorn te trappen.

‘Wat dansen we mooi!’ fluisterde hij in het verkreukelde oor van de eekhoorn.

‘Ja,’ kreunde de eekhoorn.

‘Zo zou ik altijd wel willen dansen,’ zei de olifant.

‘Ja,’ mompelde de eekhoorn terwijl het vuurvliegje toekeek en vriendelijk aan en uit bleef gaan. Dat meen ik echt, dacht de eekhoorn.”

M’n collega was even stil en keek toen op. “That was so beautiful,” zei ze, “you are a great story teller Romina!”

Dat is dan weer niet waar. All credits to Toon Tellegen.

© Toon Tellegen Wij alleen